De Nederlandse Sabelpootkrielen behoren tot de oudst bekende dwerghoenderrassen.
Reeds in de zestiende werden ze door Adriaan van Utrecht afgebeeld.
Aangenomen wordt dat hun oorsprong in Oost-Aziƫ ligt.
De bij de Sabelpoten zeer bekende porseleinkleur komt daar van oudsher voor.
Zowel qua karakter als qua algemeen voorkomen is er een kennelijke verwantschap met de Japanse Krielen.
't Voorvoegsel "Nederlandse" danken de Sabelpoten aan een besluit van de Nederlandse Hoenderlub, dit ras tot de Nederlandse rassen te rekenen.
De lange gierhakken - gelijkend op sabels - zorgden voor de naam Sabelpoten.
Het ras heeft een enkele kam. Er komen zowel dieren zonder als dieren met baard voor.
De loopbenen, buiten- en middenteen zijn volledig bevederd en vormen gezamenlijk een fraai halfrond voetstuk.
Het ras is erkend in zeventien kleurslagen. De meest bekende zijn de porseleinvarianten.