De Kraaikop is de reus onder de Oud nederlandse hoenderrassen.
Het ras is vermoedelijk ontstaan uit kuifhoenders.
Reeds op het uit 1650 daterende schilderij "De Hoenderhof" van Jan Steen treft men een vrij fors type kuifhoenders aan, voorzien van enige voetbevedering.
De eerste beschrijvingen, die met zekerheid de Kraaikop betreffen, stammen uit het midden van de negentiende eeuw.
De Kraaikop dankt zijn naam aan de typische vorm van de kop, die enigszins aan de kop van een kraai doet denken.
Het opvallende aan deze kop is het volledig ontbreken van kamaanzet en de opengesperde neusgaten.
Naast de kop valt het ras op door zijn vrije hoge beenstelling, voetbevedering en gierhakken.
Gierhakken zijn de schuin naar beneden achterwaarts groeiende veren aan het dijbeen.
Het ras is erkend in vier kleurslagen waarvan de zwarte het meest voorkomt.