Omstreeks het begin van onze jaartelling kwamen er al hoenders in Friesland voor.
Door terpvondsten heeft men dit kunnen vaststellen.
Het Fries Hoen is rank van type en zeer beweeglijk.
Het kan erg goed vliegen en is nogal schrikachtig.
Het Fries Hoen komt voor in twaalf kleurslagen, welke we kunnen verdelen in gepelden, bonten en eenkleurigen.
De gepelden onderscheiden zich van de gepelde Hollandse Hoenders doordat de pelling de vorm van een tarwekorrel heeft.
Hierbij hebben de hennenveren 2-4 zwarte of witte vlekjes op een anders gekleurde ondergrond.
Opvallend van kleur is de roodpel.
De grondkleur is glanzend roodbruin met een zwarte pelling op de dekveren bij de hen.
Daarnaast dienen de zandgelen, met een geheel eigen kleur, te worden genoemd.